Kerstliturgie: Licht dat met ons mee gaat

 

In deze tijd van het jaar wanneer de dagen kort zijn, lijkt het of de mensen steeds onrustiger worden. Je ziet ze rondlopen in winkelcentra of op kerstmarkten. Zoekende mensen. Op zoek naar wat? De mooiste aanbiedingen, de leukste kerstgeschenken? Wat is dit jaar de kleur voor de kerstboomversiering, wat is de nieuwste trend in verlichting? Een zoektocht naar sfeer, warmte, gezelligheid en vooral veel licht! Echt licht of een schijnwereld?

In deze liturgie willen ook wij - in stem en tegenstem - op zoek gaan naar licht. Licht dat met ons gaat!

 

Gebed

Bidden wij tot God onze Vader die ons het licht in de ogen geeft.

Dat er hoop moge ontwaken bij hen van wie het bestaan verduisterd is door teleurstelling en verdriet.

Dat er liefde mag komen tussen hen die van elkaar vervreemd zijn geraakt, in huwelijk, in families, in kerken.

Dat er warmte mag komen voor hen van wie het hart verkild is door het onbegrip dat zij van anderen ondervinden.

Dat er wijsheid en begrip komt bij de leiders van volkeren die met elkaar in oorlog zijn.

Dat er brood komt voor wie honger lijden, uitzicht voor allen die het leven moe zijn.

Heer zend uw licht in ons bestaan.

Amen.

 

Zingen: Gezang 126: 1

 

Verwacht de komst des Heren,

o mens, bereid u voor:

reeds breekt in deze wereld

het licht des hemels door.

Nu komt de Vorst op aard,

die God zijn volk zou geven;

ons heil, ons eigen leven

vraagt toegang tot ons hart.

 

Tegenstem:

Te zingen over licht,

is dat niet overdreven?

Dat klopt niet met het leven.

Dat is te mooi,te lief.

Wie over licht wil spreken,

heeft niet goed rondgekeken

of is gewoon naïef.

 

Lezen: Jeremia 4: 23

Ik zag de aarde, ze was woest en doods.

Ik keek op naar de hemel, er was geen licht.

 

Zingen: Een bange al te lange nacht

(op de melodie van Gezang 446)

 

Een bange al te lange nacht

waaraan geen einde komt -

is dat de toekomst die ons wacht,

een stem die zwijgt verstomd?

 

Laat Gij, o God, ons zo alleen?

Allang zijn wij U kwijt!

Of gingen wij soms van U heen

in ongehoorzaamheid?

 

Er schijnt wel hier en daar een ster

en af en toe de maan,

maar al die lichten, her en der,

zijn ver bij ons vandaan.

 

O Zonne der gerechtigheid,

o Christus, licht uit licht,

laat zien hoe dicht Gij bij ons zijt,

laat stralen uw gezicht!

 

Nog nooit was er zo’n grote angst,

nooit dreigde zo de dood;

of duurt de nacht altijd het langst

vlak voor het morgenrood?

 

Op U, Heer Jezus, wachten wij,

kom, laatste dageraad,

dan is de duisternis voorbij,

dan straalt uw licht gelaat!

 

Lichtritueel

Licht zoek ik voor de kinderen die aan hun lot zijn overgelaten.

Licht zoek ik voor de jongeren die geen goede levensweg vinden.

Licht zoek ik voor vrouwen en mannen die al jong hun partner verloren.

Licht zoek ik voor alle mensen die slachtoffer zijn van geweld en terreur.

Licht zoek ik voor allen die leven in angst en onzekerheid.

Licht zoek ik voor allen die zich eenzaam en onbegrepen voelen.

Licht zoek ik voor allen die licht en liefde verspreiden.

 

Aansteken van de eerste kaars

 

Stem:

Met het eerste licht kondigt Gij al aan: ‘Ik zal eens de macht van de dood verslaan.’

 

Tegenstem:

Maar bij al dat licht vallen juist de schaduwen extra op, soms voelt men zich juist met Kerst alleen en eenzaam.

 

Lezen: Psalm 27: 7-9

Hoor mij, Heer, als ik tot u roep,

wees mij genadig en antwoord mij.

Mijn hart zegt u na:

‘Zoek mijn nabijheid!’

Uw nabijheid, Heer, wil ik zoeken,

verberg uw gelaat niet voor mij,

wijs uw dienaar niet af in uw toorn.

U bent mij altijd tot hulp geweest,

verstoot mij niet, verlaat mij niet,

God van mijn behoud.

 

Zingen: God heeft zijn naam gezegd

(op de melodie van Gezang 223)

 

God heeft zijn naam gezegd:

Ik zal er zijn voor jou.

Hij gaat met je op weg,

Hij blijft je eeuwig trouw.

 

Geloof Hem op zijn woord,

Hij spant zich voor je in,

Hij trekt je in zijn spoor,

bemint je als zijn kind.

 

God heeft zijn naam gezegd,

wij weten wie Hij is,

je komt weer tot je recht,

Hij maakt geschiedenis.

 

Een bondgenoot is God

voor wie geen leven heeft,

Hij zal er zijn voor ons

als deernis ons beweegt.

 

De schepping is in nood,

God brengt ons aan het licht,

Hij stelt op ons zijn hoop,

zalig wie vrede sticht.

 

God heeft zijn naam gezegd

wij nemen Hem ter hand,

wij gaan met God op weg,

Hij staat aan onze kant.

 

Gebed

Laat ons bidden tot God die ook de eenzame mens steeds nabij is.

Dat wij bevrijd mogen worden van die eenzaamheid die het hart verkilt en ons vervreemdt van God en van de mensen.

Dat wij eenzaamheid zoeken en aandurven zoals Jezus ons dat heeft voorgedaan.

Dat wij in de rust van de eenzaamheid onszelf mogen terugvinden en anderen niet in de steek laten.

Dat wij de last van de eenzaamheid leren ervaren als een bevrijdende kracht die ons verlost van oppervlakkigheid.

Dat wij in de eenzaamheid en het alleen zijn ons toerusten tot verrijkende en bemoedigende omgang met anderen.

Amen.

 

Aansteken van de tweede kaars

 

Stem:

Met het tweede licht meldt Gij iedereen: ‘Ik kom naderbij, gij zijt niet alleen.’

 

Tegenstem:

Maar hoeveel naamlozen zijn er niet in de wereld, of mensen van wie niemand de naam nog weet.

 

Mijn moeder is mijn naam vergeten.

Mijn kind weet nog niet hoe ik heet.

Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan.

Laat mijn naam zijn als een keten.

Noem mij, noem mij, spreek mij aan.

O, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

 

Lezen: Jesaja 43: 1

Welnu, dit zegt de Heer, die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israel:

Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen, ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!

 

Zingen: Mijn kind, zo spreekt de Here

(op de melodie van Psalm 107)

 

Mijn kind, zo spreekt de Here,

al gaat het nog zo diep,

dit lijden zal Ik keren,

Ik hoorde toen je riep.

Vrees niet, Ik maak je vrij!

Ik zal je niet beschamen;

mijn kind, je bent van Mij,

Ik riep je toch, bij name!

 

Lezen: Jesaja 9: 1-5

Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht.

Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen.

U hebt het volk weer groot gemaakt, diepe vreugde gaf u het, blijdschap als de vreugde bij de oogst, zij jubelen als bij het verdelen van de buit.

Het juk dat op hen drukte, de stok op hun schouder, de zweep van de drijver, u hebt ze verbrijzeld, zoals Midjan destijds.

Iedere laars die dreunend stampte en elke mantel waar bloed aan kleeft, ze worden verbrand, een prooi van het vuur.

Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders.

Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst.

 

Zingen: Vanwaar zijt Gij gekomen

(op de melodie van Gezang 132)

 

Vanwaar zijt Gij gekomen,

wij wisten niets van U.

In onze stoutste dromen

was God nooit hier en nu.

Een nieuwe God zij gij

die onder ons wilt wonen,

zo ver weg, zo dichtbij.

 

Gij zijt ons doorgegeven,

een naam een oud verhaal,

uw woorden uitgeschreven

in iedre mensentaal.

Ons eigen levenslot

met uw geluk verweven,

zo zijt Gij onze God.

 

Gedicht: Die naar menselijke gewoonte

 

Die naar menselijke gewoonte

met een eigen naam genoemd werd

toen hij in een ver verleden

werd geboren ver van hier,

die genoemd werd Jesjoe, Jezus,

zoon van Jozef, zoon van David,

zoon van Jesse, zoon van Juda,

zoon van Jacob, zoon van Abram,

zoon van Adam, zoon van mensen,

die ook zoon van God genoemd wordt,

heiland, visioen van vrede,

licht der wereld, weg ten leven.

 

Aansteken van de derde kaars

 

Stem:

Met het derde licht toont Gij dit geheim: ‘Ik zal met mijn Naam in uw midden zijn.’

 

Tegenstem:

Is dat dan het geheim van Kerst? Wordt Gods naam dan zichtbaar, wil God zo in ons midden wonen?

 

Gedicht: Kerstmis is meer

 

Kerstmis is meer dan een boom vol met ballen,

liedjes en slingers en sfeer overal.

Kerstmis is het verhaal van een kindje,

ergens ver weg in een simpele stal.

 

Kerstmis is meer dan die kransjes met spikkels,

slagroom, kalkoen en een kerstbrood met spijs.

Kerstmis is ook een kind in een voerbak,

stro en wat doeken; een kindje op reis.

 

Kerstmis is meer dan gezellige dagen,

vol met cadeautjes en ander genot.

Kerstmis is in Gods vrede geloven

en in dat kind als cadeautje van God.

 

Kerstmis is meer dan die brandende kaarsen,

knus bij elkaar, de gordijnen goed dicht.

Kerstmis is juist het licht voor de wereld.

Dat is de droom van een wereld vol licht.

 

Lezen: Micha 5: 1-2a

Uit jou, Bethlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor mij over Israel zal heersen.

Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van weleer.

Totdat de vrouw die zwanger is haar kind heeft gebaard, worden zijn broeders aan hun lot overgelaten.

 

Zingen: Gezang 132: 1 en 2

 

Er is een roos ontloken

uit barre wintergrond,

zoals er was gesproken

door der profeten mond.

En Davids oud geslacht

is weer opnieuw gaan bloeien

in ’t midden van de nacht.

 

Die roos van ons verlangen,

dat uitverkoren zaad,

is door een maagd ontvangen

uit Gods verborgen raad.

Maria was bereid,

toen Gabriël haar groette

in ’t midden van de tijd.

 

Lezen: Johannes 1: 1-5 en 14

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

 

Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.

 

Gedicht: Een opzienbarend licht

 

Een opzienbarend licht is onder ons verschenen.

Een nieuw uitzicht is geboren voor allen die zoeken naar het onvergankelijk licht.

Een opzienbarend licht is onder ons verschenen.

Een nieuw uitzicht is geboren voor allen op wie wordt neergezien zonder aanzien.

Een opzienbarend licht straalt ons in het gezicht.

Een kindergezicht doet ons de mensenliefde van God zien.

Het verlicht ons levenspad. Het troost ons in de nacht.

Het schittert aan de hemel als een ster voor allen die uitzien naar een nieuwe dag,

die baadt in het licht van liefde, vrede en gerechtigheid.

 

Aansteken van de vierde kaars

 

Stem:

Nu Gij nader komt, eeuwig Licht uit Licht, laat Gij al iets zien van dit vergezicht.

 

Kerst vieren we allemaal. De een nauwelijks beseffend wat Kerst nu precies inhoud, de ander heel bewust. Voor de een is het niets meer dan een jaarlijks terugkerend ritueel van kerstdiners, gezelligheid thuis, wat aandacht voor de armen of het Leger des Heils en in de verte het horen van traditionele kerstliederen. Voor de ander betekent Kerst meer, voor hen is Kerst een groot feest. Voor hen is dit het feest van het Licht der Wereld dat op aarde is gekomen in de persoon van Jezus Christus.

Hij kwam op aarde om Licht te brengen in onze duisternis. Maar wij weten ook dat het verhaal niet stopt bij het kind in de kribbe in de stal van Bethlehem, want later zegt Jezus in de Bergrede: ‘Jullie zijn het licht in de wereld.’ Dat zegt Hij tegen ons, wij die weet hebben van Hem. Maar door alle gebeurtenissen die zich afspelen in de wereld en in ons eigen leven, lopen we bepaald niet altijd te stralen. Toch vraagt Hij ons licht te laten schijnen voor de mensen om ons heen. Jezus heeft in Zijn leven ons voorgedaan hoe we dat kunnen en moeten doen, ieder met haar of zijn eigen gaven en mogelijkheden.

We wensen elkaar een stralend Kerstfeest omdat we mogen weten dat Zijn Licht altijd voor ons zal blijven schijnen en met ons mee gaat de toekomst in.

 

Zingen: Gezang 437

 

Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht!

God, laat mij voor uw aangezicht,

geheel van U vervuld en rein,

naar lijf en ziel herboren zijn.

 

Schep, God, een nieuwe geest in mij,

een geest van licht, zo klaar als Gij;

dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt

en ga de weg die U behaagt.

 

Wees Gij de zon van mijn bestaan,

dan kan ik veilig verder gaan,

tot ik U zie, o eeuwig Licht,

van aangezicht tot aangezicht.

 

Gedicht: Geen vals licht

 

Er is een Licht

dat geen vals licht was.

Het verscheen in de duisternis,

en die kreeg er geen vat op.

 

Het licht verscheen

in de ogen van een kind,

en ieder die het zag,

kon het nooit meer vergeten.

 

Het Kind ging niet zijn eigen weg

maar de weg van de Vader

bij wie Hij thuishoorde.

Het was de weg

die thuis zal brengen.

 

Zijn naam:

weg van gerechtigheid en liefde

waar de duisternis

niet meer zal heersen

als een hooghartige tiran.

 

Er is een Licht verschenen

dat alle hooghartigen

van hun tronen zal stoten -

wie niet gezien werden,

worden gezien.

 

Dat we open kunnen staan

voor dat Licht.

 

Aansteken van de grote kaars

 

Zingen: Gezang 134

 

Eer zij God in onze dagen,

eer zij God in deze tijd.

Mensen van het welbehagen,

roept op aarde vrede uit.

Gloria in excelsis Deo,

gloria in excelsis Deo.

 

Eer zij God die onze Vader

en die onze Koning is.

Eer zij God die op de aarde

naar ons toegekomen is.

Gloria in excelsis Deo,

gloria in excelsis Deo.

 

Lam van God, Gij hebt gedragen

alle schuld tot elke prijs,

geef in onze levensdagen

peis en vreê, kyrieleis.

Gloria in excelsis Deo,

gloria in excelsis Deo.

 

Suggesties voor de viering

Bij deze viering heeft u nodig: vier adventskaarsen en een grote kaars.

Het verdient aanbeveling om stem en tegenstem door twee verschillende vrouwen te laten lezen.

 

Verantwoording:

Liederen:

Gezang 126, 132, 437 en 134 uit Liedboek voor de Kerken

A. F. Troost: Mijn kind zo spreekt de Here en Een bange, al te lange nacht, lied 26 en lied 271 uit Zingende Gezegend, Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer

Vanwaar zijt Gij gekomen, lied 140 uit Tussentijds en God heeft zijn naam gezegd, lied 236 uit Geroepen om te zingen, Uitgeverij Kok Kampen

Gebeden:

Uit Voorbeden, Uitgeverij Gooi en Sticht, Kampen

Gedichten:

Greet Brokerhof- van der Waa: Te zingen over licht (1e couplet Kerstmuziek), uit Jaarringen en

Kerstmis is meer, uit Wij zoeken een ster, Uitgeverij Oase Media, Hoevelaken

Marinus van den Berg: Een opzienbarend licht, Lichtritueel en Geen vals licht, uit Licht dat met ons gaat, Uitgeverij Ten Have, Kampen

Huub Oosterhuis: Die naar menselijke gewoonte, uit een tafelgebed

Neeltje Maria Min: Mijn moeder is mijn naam vergeten, uitgegeven door Bert Bakker

Liturgie samengesteld door: Corry de Jongh, Aafke Koops en Renie Koopsen

Illustraties: Martin Kwak